Don't Mind Mie

All things on my mind

Het belang van Rode Neuzen Dag

Is er een betere dag dan Rode Neuzen Dag om open het volgende verhaal op papier te zetten? Ik dacht het niet…

In wat volgt, neem ik jullie ‘graag’ mee terug in de tijd. Naar mijn kinder- en jeugdjaren.

Hoewel ik het geluk had op te groeien in een warm en liefdevol nest en alles had om gelukkig te zijn, was die periode toch niet geheel zorgeloos. In een vorige post las je al dat ik in deze periode kampte met enkele psychische moeilijkheden.

We kenden echter nog geen initiatieven als rode neuzendag. Psychische obstakels werden niet open besproken. Integendeel, ze werden gehuld in een sfeer van taboe met een strik van schaamte errond. Dit maakte dat je ze liefst zo ver mogelijk wegstopte. Je sprak er niet over en hulp zoeken was al helemaal uit den boze. Het voelde immers als een stigma.

Was mentale gezondheid toen meer onder de aandacht gebracht, durfde ik misschien sneller eerlijk opbiechten wat mij kwelde.

Had ik toen de moed gehad openlijk te spreken over mijn demonen, kon wat volgt vermoedelijk gereduceerd worden tot “ik had als kind een angstoornis maar door snelle hulpverlening heeft dit mijn jeugd en latere leven niet verder beïnvloed”.

Maar het is nu anders…

Van eten kan je doodgaan

Ik was 6. Het was een doodgewone dag. Zoals steeds werden mijn zus en ik na een schooldag hartelijk ontvangen thuis. We kregen iets te eten en te drinken en er werd ons de ruimte geboden om over onze dag te praten.

Mijn zus vertelde  over wat ze die dag geleerd had.

Ze hadden de spijsvertering onder de loep genomen (op die leeftijd nog niet letterlijk ;)). Verwonderd door het ingenieuze systeem, legde ze haarfijn uit hoe het hele systeem van voedsel tot ‘eindproduct’ in zijn werk ging. Ze vermeldde  ook kort, als een voetnoot, een kleine bug in dat geniale systeem: wie zich verslikt, loopt immers risico op verstikking omdat het eten dan in de luchtpijp terecht kan komen.

En dat was het dan…

Die onschuldige weergave van feiten, deed bij mij de panische angst voor de dood te  toeslaan. Een angst waarvan ik tot dan niet wist dat die er was. Het moet zich jaren schuil gehouden hebben in de diepste krochten van mijn gedachten. Nu nam het echter sneller dan het licht alles over, mijn hele doen en laten .

Mijn hersens gooide alle nuances overboord. Ik hoorde enkel: “van eten kan je doodgaan”.

En de dood, dat wou ik ten alle tijden vermijden.

In een milliseconde gingen mijn kinderhersenen over op een  survivalmode. Vanuit een soort risicobeperkende houding besloot ik de kans op sterven door voedsel te minimaliseren dus IK STOPTE MET ETEN.

Ik werd in no time bedreven  in het verdoezelen dat ik geen voedsel doorslikte. Ik bewaarde porties achter mijn kaken om deze nadien uit te spuwen en verdoezelde eten waar ik kon. Het duurde dus nog even voor iemand doorhad waarmee ik bezig was.

Uiteindelijk merkte mijn ouders het gedrag op. Uit alle macht hebben ze geprobeerd te achterhalen wat er scheelde. Ik hield koppig en zo lang mogelijk de lippen stijf op elkaar. Geen denken dat ik hen een inkijk zou geven in mijn angst. Toch bleven ze onvermoeibaar doorgaan en gingen ze het gevecht met een voor hen onbekende vijand aan. Uiteindelijk, na een eerste periode van totale stop, liet ik mij overtuigen om lopend voedsel als soep en yoghurt naar binnen te werken. Al ging dat aan een tergend traag tempo.

Ik besef nu dat het hen tot wanhoop moet gedreven hebben maar mijn overtuiging dat ik van eten zou sterven was zo sterk.

En hier vervagen de herinneringen…

Ik weet niet meer precies hoe en waarom, maar ik vermoed dat ik uiteindelijk inzag dat ook niet eten tot de dood kon leiden.

Ik begon dus samen met mama, papa en mijn zus aan een langzame weg terug te timmeren.

Bacteriën zijn de boosdoeners

Een lange tijd ging het goed… helaas bleek  mijn panische angst niet geheel verdwenen. Jaren later zag hij opnieuw de kans om toe te slaan en mijn leven te gaan beheersen.

Ditmaal vanuit een andere optiek.

Net als ik, was ook de angst geëvolueerd. Voedsel was niet meer de boosdoener maar bacteriën.

In mijn beleving waren die kleine, onzichtbare dingen de vijand.  Ze konden immers  een heel lichaam ten val brengen en een mens verwoesten. Blootstelling eraan diende dus met alle mogelijke middelen vermeden te worden.

Om enig doemscenario te vermijden, legde ik mezelf  een heel arsenaal aan handelingen op. Ik raakte deurklinken enkel met mijn mouw aan, ik waste mijn handen zo vaak mogelijk, ik at niet de delen van mijn boterham die ik had vastgehouden, …

Dit gedrag bood mij een vorm van zekerheid. Het gaf een houvast. Het zorgde voor een gevoel van controle.

Hoewel de smetvrees en OCD, toen ze piekten, behoorlijk belemmerend waren, zocht  ik wederom  geen hulp.

Ik was ondertussen een onzekere puber. Onder andere mijn acne, maar ook mijn goede schoolresultaten, maakte mij een makkelijk doelwit van pesters. Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om deze laatste nog eens “extra munitie” te geven en op te biechten dat ik bovenaan niet helemaal spoorde (want zo voelde het voor mij wel) en hulp nodig had.

Ik zou het zelf wel oplossen en ondertussen zweeg ik en werd ik een meester in verbergen van mijn gewoontes.

Beetje bij beetje lukte het opnieuw de angsten terug te dringen.

Beter laat dan nooit

Het werd vorige zomer pijnlijk duidelijk dat ik nooit helemaal gewonnen had van de angst.

Zo’n 25 jaar na datum heb ik uiteindelijk wel de stap naar hulp gezet. Ik heb mijn schaamte opzij geschoven en gekozen voor mezelf. En al was dat niet gemakkelijk, het was de juiste oplossing. Ik had het veel eerder moeten doen.

Ik kan nu niet enkel omgaan met mijn angsten, ik ben gewapend voor de toekomst en ik schaam mij niet langer voor mijn kleine ‘defaults’.

 

Door alles hier neer te schrijven stel ik mij -opnieuw- kwetsbaar op. Maar dat risico neem ik graag als ik daarmee het belang van psychische hulp bij kinderen en jongeren kan aantonen.

Ik hoop dat wie dit leest, inziet wat een wereld van verschil (tijdige) hulp bij psychische moeilijkheden kan betekenen.

 

Find & follow Mie on social media

5 reacties

  1. Heftig zeg! Maar goed dat je het deelt.

  2. Wat heftig verhaal! Heel veel sterkte

  3. Jeetje, wat heftig! Jouw kinderlijke angst voor de dood herken ik. Ik kan mij als de dag van gister herinneren dat mijn vader internet op de computer kreeg. Er draaide een wereldbolletje rond als teken van het zoeken naar verbinding. En toen stopte dat wereldbolletje met draaien. Weken heb ik wakker gelegen, bang dat de wereld zou stoppen met draaien, bang dat het nooit meer licht zou worden en bang dat ik dan dus dood zou gaan. Dat echt zo uitspreken heb ik nooit gedaan, maar de dood is nog altijd een angst. Ik kreeg in de pubertijd kreeg ik last van hyperventilatie en paniekaanvallen en ik denk dat dat ermee te maken heeft dat mijn angsten vroeger niet zijn aangepakt. Goed dat je dit deelt!

  4. Ik denk dat mensen zeker veel aan je verhaal kunnen hebben.

  5. Heftig verhaal, moedig om dit zo online te delen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 Don't Mind Mie

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑