We schrijven vorige week woensdag. Het was reeds vooravond en aan de dag was tot dan toe niets speciaals te merken. Mijn vriend en ik waren die dag beiden gaan werken en daar waren geen noemenswaardige zaken gebeurd. Enkel routinezaken boden zich die dag aan. Ook het weer was eerder doorsnee te noemen. Niet overdreven zonnig, niet extreem druilerig, niet erg regenachtig en niet abnormaal heet. Het was letterlijk en figuurlijk een doordeweekse dag.

Eenmaal thuis merkten we dat we nog enkele essentiële ingrediënten voor het avondeten misten. Een trip naar de supermarkt drong zich op. Gewapend met herbruikbare tassen en een boodschappenlijstje stapten we in de auto.

De rit naar de supermarkt grepen we aan om gezellig te kletsen over ditjes en datjes. Ik herinner mij de precieze onderwerpen niet meer. Plots verstomde het gesprek echter. De auto voor ons vertraagde. De rechtse richtingaanwijzer gaf de intentie van de bestuurder aan. Beiden leken we door de bliksem getroffen. Na wat onbeholpen gestotter, slaagden ik er enkele luttele seconden als bij wonder toch in een zin te formuleren. Verbaasd piepte ik: “ O God, wat gaat die doen?”

Hoewel we de weg naar de supermarkt goed kennen, en dus onbewust moeten geweten hebben dat dit ooit kon gebeuren, waren we op geen enkele wijze voorbereid van wat zich voor onze ogen afspeelde.

Op klaarlichte dag, nog voor een doorsnee werkende persoon aan het hoofdgerecht voor die dag kon beginnen, besloot deze persoon zich al aan ‘het toetje’ te goed te doen. Vastberaden, in een vlotte beweging draaide hij immers de parking op van een bar, zo eentje waar “nieuwe meisjes” het hele jaar door op het menu staan.

Aangezien ik niet wereldvreemd ben (al zeg ik het zelf 🙂 ) en eerder open, in een klimaat waar alles bespreekbaar is, ben opgevoed, weet ik uiteraard af van het bestaan van betaalde seksuele handelingen (of wat ook de politiek correcte overkoepelende term mag zijn)

Toch is er een verschil tussen theorie en praktijk, tussen weten en zien.

Toen het gevoel van verbazing, of noem het eerder verrassing, enigszins was weggeëbd, kwam het gesprek in de auto opnieuw op gang. Nu ja gesprek…

Aanvankelijk vuurde ik luidop vragen af. Niet dat ik een antwoord verwachtte (integendeel zelfs) maar mijn brein maakte overuren en om oververhitting enigszins tegen te gaan, diende ik de waterval aan overpeinzingen uit te spreken.

Eerst de doorsnee vragen: “Wat zou een bezoek kosten? Hoe lang zou zo’n bezoek duren? Hoe gaat dit concreet in zijn werk: direct actie of eerder rustig op gang komen? En wat nadien?”

Later de minder voor de hand liggende vragen. Hierbij leken mijn praktische en mijn creatieve kant ideale bondgenoten: “Is het aangewezen bepaalde, makkelijk uit te trekken kledij, aan te trekken bij een bezoek? Hoe maximaliseer je de gekochte tijd? Wat zeggen moeders die in deze branche werken tegen hun kinderen, vrienden, de juffen van hun kinderen,….? Bestaat er een soort klantenkaart in deze branche?”…

Vreemd genoeg begon ik vervolgens op mijn “creatievere” vragen zelf antwoorden te formuleren.

Zo kwam ik tot de conclusie dat het naar mijn aanvoelen aan te raden is eerder broeken met elastiek te dragen dan met knopen.

Ik bedacht diverse opties om de tijd die men heeft zo optimaal en efficiënt mogelijk te gebruiken.

En voor dames die hun beroep aan de omgeving niet willen prijsgeven, brengt beeldspraak naar mijn aanvoelen een oplossing. “Ik werk in de verkoop” (al dan niet met een verduidelijking omtrent fijne vleeswaren, delicatessen,…) houdt naar mijn aanvoelen het midden tussen verhullen en prijsgeven. En het is niet gelogen…

Wat begon met een onverwacht manoeuvre van een anonieme bestuurde, eindigde in nieuwsgierigheid naar een onbekende wereld. Want hoewel ik dacht goed geïnformeerd te zijn over deze praktijken, besef ik plots hoe weinig ik ervan weet.

En tot de dag dat ik iemand ontmoet die mij helpt feiten en fabels van elkaar te scheiden, zal ik zelf oplossingen moeten bedenken voor mijn vragen.

Ik probeer in afwachting alvast objectieve feiten te verzamelen. Mijn vriend en ik hebben immers sinds vorige week een observerende houding aangenomen wanneer we naar de desbetreffende supermarkt rijden. De passagier van dienst geeft nu steevast weer wat er zich afspeelt ter hoogte van de gebouwen in kwestie. Is het geopend? Staan er auto’s? Zijn de ruiten bemand? Waaruit kan er gekozen worden?

Voorlopig lijken volgende conclusies gegrond:

  • Zondag zijn de etablissementen al zeker tot 14u gesloten.
  • Om de tijd te doden tussen klanten wordt er tv gekeken of op de smartphone getokkeld.
  • De dames in kwestie zwaaien niet terug als je zwaait uit een rijdende auto 🙂

 

 

*Ter afsluiting van dit relaas (en om elk mogelijk misverstand te vermijden) wil ik nog duidelijk stellen dat ik met deze post geen oordeel vel over alle betrokkenen en het op geen enkel moment de bedoeling is mij denigrerend over enige partij uit te laten.

Find & follow Mie on social media