Het is maandag. Voor vele mensen betekent dit weer de start van een nieuwe werk- of schoolweek.  En zo ook voor mij.

Ik ben voor mijn job behoorlijk veel op de baan. Zo pendel ik vaak tussen verschillende vestigingen van mijn werkgever en dit naar verschillende uithoeken van het land. Behalve naar Limburg…

Niet dat ik iets tegen Limburg heb, integendeel. Hoewel ik er nog niet vaak op ‘expeditie’ ben geweest, vond ik de reeds geëxploreerde delen – en dan spreek ik niet over Maasmechelen Village– erg aantrekkelijk. Ik ontdekte er immers al prachtige natuur in combinatie met hippe steden.

Toch zou het fijn zijn indien de lieve mensen daar iets sneller spreken. Te meer omdat ik zelf woorden spuw aan een verschroeiend hoog tempo, als een papegaai op speed en redbull. De discrepantie tussen de Limburgers, met hun prachtige zangerige zinnen, en  mijzelf is momenteel immens groot. Zoals Will Tura zong: “Het water is veel te diep”. Maar als zij en ik elk een stap in elkaars richting doen, dan ontmoeten we elkaar ergens middenin en spreken we beiden op een tempo waar de doorsnee mens niet geïrriteerd van raakt.  Ik doe bij deze alvast de belofte om mijn uiterste best  te doen…

Maar dat ter zijde, ik wou eigenlijk enkel de kanttekening maken dat ik niet met zekerheid kan zeggen dat wat volgt, ook op Limburgse wegen te beleven valt. Al heb ik het vermoeden van wel.

Deze ochtend vertrok ik, zoals zo vaak, richting werk. Na het oprijden van de autosnelweg werd ik al snel begroet door een vreemd figuur in een wit kostuum. Hij leunde iet wat nonchalant tegen een roze achtergrond.

We wisselden kort een blik. Die luttele seconden volstonden echter om te weten dat hij in de jaren ’80 was blijven hangen. Maar of mijn hersenen deze conclusie trokken omwille van zijn Freddy Mercury-achtige voorkomen , inclusief snor, dan wel door de ‘bling bling’ om zijn nek of omdat niemand de laatste 30 jaar nog een kostuumvest los over de beide schouders drapeert, weet ik niet.

De man in kwestie bleek Ray te heten en maande mij aan naar hem te luisteren. Hij vertrouwde mij toe dat niet te snel ‘dik oké’ is. Helaas nam mijn gevoel het over en de eerste ogenblikken na de confrontatie met Ray voelde ik voornamelijk de neiging om het gaspedaal iets dieper in te duwen.  Ik hoopte immers te kunnen vluchten van de koude rillingen die de mans blik mij bezorgde.

(foto: Vlaamse overheid)

Versta mij niet verkeerd, ik ben ongelofelijk fan van een stevige portie retro zo nu en dan.  Ik zie ook absoluut de noodzaak in van een campagne tegen te snel rijden, maar of Ray geslaagd is, daar durf ik aan twijfelen.

Toch hoop ik stiekem dat ik het ditmaal bij het verkeerde eind heb en dat Ray zijn werk doet. Ik gun hem alvast het voordeel van de twijfel. Elk jaar vallen er veel, te veel, verkeersslachtoffers. Dus als Ray ook maar één leven redt, vind ik hem ‘dik oké’.

Ondertussen weet ik nu dat Ray morgenochtend weer op mij zal staan wachten. Ik ben dus voorbereid op de confrontatie en zal vriendelijk zwaaien. Wie weet kan er op termijn zelfs een knipoog af. Toch zal ik stiekem hopen dat hij snel weer uit mijn leven verdwijnt, liefst omdat hij overbodig is geworden…

Find & follow Mie on social media